Algemene Voorwaarden

Behorende bij de mantelovereenkomst en lease-overeenkomsten van LeasePlan Nederland N.V.

1. Definities

  • Berijder: de natuurlijke persoon die door Cliënt in de Leaseovereenkomst wordt aangewezen als bestuurder van het Object;
  • CBS: het Centraal Bureau voor de Statistiek in Den Haag;
  • Cliënt: de partij waarmee LeasePlan de Mantelovereenkomst heeft gesloten;
  • Dekkingsbepalingen: de dekkingsbepalingen zijn (i) de (polis)voorwaarden welke van toepassing zijn op de Verzekeringsovereenkomst en/of (ii) de voorwaarden, op basis waarvan, tezamen met hetgeen is bepaald in de Mantelovereenkomst en deze algemene voorwaarden, LeasePlan het cascorisico ten aanzien van het Object draagt of bij een derde heeft ondergebracht;
  • HuurObject: het voertuig dat Cliënt van LeasePlan huurt overeenkomstig artikel 16;
  • Huurovereenkomst: de overeenkomst tussen LeasePlan en Cliënt betreffende de huur van het HuurObject door Cliënt;
  • Internet- en Mobiele Applicaties: softwareprogramma’s en applicaties die LeasePlan online of mobiel ter beschikking stelt;
  • Leaseovereenkomst: de overeenkomst tussen LeasePlan en Cliënt betreffende de lease van een Object door Cliënt;
  • Leaseperiode: de periode gedurende welke Cliënt op grond van de Leaseovereenkomst het Object mag gebruiken;
  • LeasePlan: LeasePlan Nederland N.V.;
  • Mantelovereenkomst: de overeenkomst tussen LeasePlan en Cliënt waarin de rechten en verplichtingen van partijen, alsmede overige voorwaarden zijn vastgelegd die gelden ten aanzien van alle tussen partijen te sluiten Lease
  • overeenkomsten;
  • Object: het voertuig dat in overeenstemming met de bepalingen van de Mantelovereenkomst en de betreffende Lease
  • overeenkomst door LeasePlan aan Cliënt in operationele lease wordt gegeven;
  • ROB: reparatie, (periodiek) onderhoud en vervanging van banden van het Object;
  • Vervangend Object: een door LeasePlan aan Cliënt beschikbaar gesteld voertuig ter vervanging van het Object;
  • Verzekeringsovereenkomst: de overeenkomst tussen een assuradeur en LeasePlan of Cliënt ter verzekering van risico´s in verband met het gebruik van het Object, met bijbehorende polisvoorwaarden.

2. Mantelovereenkomst, Leaseovereenkomsten en algemene voorwaarden

LeasePlan en Cliënt hebben een of meerdere Mantelovereenkomst(en) gesloten waarin de rechten en verplichtingen van partijen alsmede de voorwaarden zijn vastgelegd die van toepassing zijn op alle tussen partijen te sluiten Leaseovereenkomsten. Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op zowel de Mantelovereenkomst als op alle tussen partijen uit hoofde daarvan te sluiten Leaseovereenkomsten en maken derhalve een integraal en onverbrekelijk deel uit van de Mantelovereenkomst en alle tussen partijen te sluiten Leaseovereenkomsten. De toepasselijkheid van andere algemene voorwaarden op de rechtsverhouding tussen Cliënt en LeasePlan wordt uitdrukkelijk uitgesloten.

3. Totstandkoming Leaseovereenkomst

  1. Voor ieder Object dat Cliënt op grond van de Mantelovereenkomst in lease wenst te verkrijgen, dient Cliënt een Leaseovereenkomst te sluiten met LeasePlan.
  2. Om een Leaseovereenkomst aan te gaan, dient Cliënt aan LeasePlan een bestelformulier te sturen waarin de specificaties van het gewenste Object zijn opgenomen.
  3. LeasePlan zal Cliënt zo spoedig mogelijk na ontvangst en aanvaarding door LeasePlan van het door Cliënt ondertekende bestelformulier het Object bestellen en de bestelling aan Cliënt en Berijder bevestigen. In de bevestiging zullen tevens de essentialia van de Leaseovereenkomst worden uiteengezet. De Leaseovereenkomst komt tot stand zodra het door Cliënt ondertekende bestelformulier door LeasePlan is ontvangen en aanvaard. De bestelprocedure en totstandkoming van de Leaseovereenkomst kunnen ook via internet geschieden.
  4. Zodra het Object afleverklaar is, zal LeasePlan aan Cliënt mededelen waar en wanneer Cliënt het Object in ontvangst kan (doen) nemen. Cliënt zal het Object dan op genoemd adres in ontvangst (doen) nemen en bij ontvangst van het Object een afleveringsbewijs (doen) ondertekenen. Het ondertekende afleveringsbewijs zal gelden als bewijs dat Cliënt het Object onbeschadigd en conform de in de Leaseovereenkomst opgenomen specificaties heeft ontvangen. LeasePlan behoudt zich het recht voor om gedurende het kalenderjaar eenzijdig een datum vast te stellen waarna zij in dat kalenderjaar geen Objecten meer zal afleveren. De betrokken Objecten zullen zo spoedig mogelijk in het volgende kalenderjaar worden afgeleverd.
  5. In geval van annulering van het bestelde Object op verzoek van Cliënt, zullen alle daarmee gemoeide kosten voor rekening van Cliënt komen en zal LeasePlan deze kosten aan Cliënt doorberekenen.
  6. LeasePlan zal te allen tijde gerechtigd zijn om een door LeasePlan te bepalen vorm van zekerheid te verlangen tot meerdere zekerheid van de nakoming door Cliënt van zijn verplichtingen uit hoofde van de Mantelovereenkomst of een Leaseovereenkomst. In het geval LeasePlan van oordeel is dat Cliënt een verhoogd kredietrisico met zich meebrengt of in het geval dat Cliënt de door LeasePlan verlangde zekerheid niet tijdig kan verstrekken, zal LeasePlan gerechtigd zijn geen orders voor nieuwe Leaseovereenkomsten of Huurovereenkomsten van Cliënt meer te aanvaarden. Cliënt zal op redelijk verzoek van LeasePlan alle relevante bescheiden overleggen, alle relevante informatie verstrekken en inzage verschaffen in de boeken en bescheiden van Cliënt om LeasePlan in staat te stellen inzicht te verkrijgen in de financiële positie van Cliënt.
  7. De Leaseperiode vangt aan op de dag waarop Cliënt het Object in ontvangst doet nemen of 5 (vijf) werkdagen na de dag waarop LeasePlan de mededeling bedoeld in artikel 3.4 heeft gedaan, al naar gelang hetgeen zich het eerst voordoet, en zal eindigen, tenzij anders overeengekomen, zodra de in de Leaseovereenkomst bepaalde duur voor gebruik van het Object is verstreken, dan wel het in de Leaseovereenkomst afgesproken maximaal kilometrage is bereikt al naar gelang hetgeen zich het eerst voordoet. De Leaseperiode zal terstond eindigen zodra de Leaseovereenkomst eindigt ingevolge het bepaalde in artikel 5.

4. Sale and lease back

  1. Indien Cliënt voertuigen die niet in eigendom van LeasePlan zijn in een leaseregeling met LeasePlan wenst onder te brengen, dan zal Cliënt daartoe een verzoek indienen bij LeasePlan. Het verzoek dient onder meer het volgende in de door LeasePlan gewenste vorm te omvatten: het aantal, het type, kilometerstand, staat van onderhoud, model en bouwjaar van de betrokken voertuigen en alle andere door LeasePlan in redelijkheid gewenste gegevens.
  2. LeasePlan zal na bestudering van het verzoek aan Cliënt een schriftelijk voorstel doen dat de voorwaarden zal bevatten waaronder zij de voertuigen wenst op te nemen in een leaseregeling. Zodra partijen hierover overeenstemming hebben bereikt, zullen LeasePlan en Cliënt een overeenkomst van sale and lease back aangaan ingevolge welke de betrokken voertuigen en bijbehorende Leaseovereenkomsten onderdeel gaan uitmaken van de, al dan niet als gevolg van deze transactie gewijzigde, Mantelovereenkomst.
  3. Indien de betrokken voertuigen eigendom zijn van een derde, dan zal LeasePlan nadat zij en Cliënt overeenstemming hebben bereikt over de voorwaarden waaronder deze voertuigen in de bestaande leaseregeling worden ondergebracht, in overleg treden met de derde eigenaar om de voertuigen over te nemen. Cliënt dient er voor zorg te dragen dat LeasePlan de volledige eigendom verkrijgt en dat de Objecten niet zijn bezwaard met een beperkt recht. Deze voertuigen zullen na verkrijging van de onbezwaarde eigendom daarvan door LeasePlan onderdeel gaan uitmaken van de, al dan niet als gevolg van deze transactie gewijzigde, Mantelovereenkomst.

5. Einde Leaseovereenkomst, voortijdige beëindiging, niet-nakoming

  1. De Leaseovereenkomst zal met onmiddellijke ingang eindigen zodra één van de volgende gevallen zich heeft voorgedaan:
    1. einde van de Leaseperiode overeenkomstig artikel 3.7;
    2. zodanige beschadiging van het Object dat herstel, naar het oordeel van LeasePlan, technisch niet mogelijk is dan wel economisch niet verantwoord is (technisch of economisch total-loss);
    3. in het geval naar het uitsluitende oordeel van LeasePlan de exploitatie van het Object door LeasePlan op enig moment niet langer verantwoord is als gevolg van een zogenoemd technisch gebrek, waaronder mede is begrepen het bovenmatig oplopen van de reparatie- en onderhoudskosten en het naar mening van LeasePlan niet voldoen van het Object aan de daarvan te verwachten bedrijfszekerheid;
    4. in het geval dat het Object niet is teruggevonden binnen de in de van toepassing zijnde Dekkingsbepalingen genoemde termijn na diefstal of vermissing van het Object;
    5. annulering van het bestelde Object door Cliënt zoals bedoeld in artikel 3.5.
    Indien zich een geval voordoet als hierboven genoemd sub (ii), (iii) en (iv), dan zal LeasePlan dat schriftelijk aan Cliënt mededelen. De Leaseovereenkomst zal in die gevallen eindigen op respectievelijk:
    1. de dag van het voorval waarbij het Object technisch of economisch total-loss is geraakt;
    2. de dag van constatering van het technisch gebrek of de bovenmatige reparatie – en/of onderhoudskosten;
    3. de dag van de diefstal of vermissing van het Object.
  2. Indien de Leaseovereenkomst eindigt overeenkomstig artikel 5.1 sub (ii) of (iv), dan dient Cliënt de dagwaarde van het Object zoals vastgesteld door een door LeasePlan aangewezen onafhankelijke verzekeringsexpert op eerste verzoek van LeasePlan te voldoen. Indien de schade in bovengenoemde gevallen door de assuradeur wordt vergoed, dan zal LeasePlan het bedrag van ontvangen verzekeringspenningen verrekenen met de door Cliënt verschuldigde dagwaarde van het Object.
  3. Cliënt is gerechtigd de Leaseovereenkomst met onmiddellijke ingang tussentijds op te zeggen. Opzegging dient schriftelijk te geschieden.
  4. Indien de Leaseovereenkomst eindigt overeenkomstig artikel 5.3 in tegenstelling tot artikel 3.7, dan zal Cliënt aan LeasePlan, onverminderd het recht van LeasePlan om ter zake volledige schadevergoeding te vorderen, een vergoeding verschuldigd zijn die als volgt zal worden berekend:
    1. het verschil tussen de boekwaarde en de dagwaarde van het Object, indien de dagwaarde lager is dan de boekwaarde. Als dagwaarde geldt de verkoopwaarde van het betreffende Object, zoals gerealiseerd bij verkoop van het Object door LeasePlan, welke verkoop zo spoedig mogelijk na het einde van de Leaseovereenkomst zal plaatsvinden; en
    2. dat gedeelte van de leasetermijnen dat gevormd wordt door de kostencomponenten (i) management fee/administratiekosten en (ii) rente, zoals berekend over het resterende aantal maanden van de overeengekomen Leaseperiode van het betreffende Object.
    Cliënt zal het verschuldigde bedrag aan LeasePlan onmiddellijk na ontvangst van de in dit artikel bedoelde berekening betalen.
  5. Bij het einde van de Leaseperiode kunnen partijen de Leaseovereenkomst in onderling overleg verlengen. Bij een eventuele verlenging van de Leaseovereenkomst zullen de leasetermijnen en overige bepalingen van de Leaseovereenkomst van kracht blijven, tenzij anders overeengekomen. LeasePlan behoudt zich het recht voor om de verlengde Leaseovereenkomst op ieder door haar gewenst moment door middel van een schriftelijke kennisgeving aan Cliënt te beëindigen, zonder enige ingebrekestelling of gehoudenheid tot schadevergoeding.
  6. LeasePlan is gerechtigd een of meerdere Leaseovereenkomsten met Cliënt met onmiddellijke ingang door middel van een schriftelijke mededeling bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst te beëindigen in geval dat:
    1. LeasePlan de Mantelovereenkomst overeenkomstig artikel 22.1 heeft beëindigd;
    2. Cliënt zijn verplichtingen uit hoofde van een Leaseovereenkomst niet nakomt, welke niet nakoming niet is gezuiverd binnen 5 dagen na mededeling door LeasePlan, voor zover een dergelijke niet-nakoming vatbaar is voor zuivering;
    3. Cliënt – indien hij het risico wenst onder te brengen bij een assuradeur of indien het risico is ondergebracht bij een assuradeur - door de assuradeur van de verzekering voor het Object wordt uitgesloten dan wel niet wordt geaccepteerd of de assuradeur of de Cliënt de verzekering van het Object, om welke reden dan ook, voortijdig beëindigt of LeasePlan – indien zij het cascorisico zelf draagt – dit risico, om welke reden dan ook, voor het Object niet (langer) wenst te dragen;
    4. Cliënt vóór of bij het aangaan van de Leaseovereenkomst onjuiste of onvolledige opgave heeft gedaan of laten doen, dan wel feiten of omstandigheden heeft verzwegen welke van dien aard zijn dat LeasePlan de Leaseovereenkomst niet of niet op dezelfde voorwaarden zou zijn aangegaan;
    5. Cliënt zijn onderneming staakt dan wel belangrijke onderdelen daarvan vervreemdt;
    6. Cliënt failliet wordt verklaard, surséance van betaling aanvraagt, wordt ontbonden dan wel de vrije beschikking over zijn vermogen, dan wel een gedeelte daarvan, verliest;
    7. LeasePlan van oordeel is dat Cliënt een verhoogd kredietrisico met zich meebrengt, zoals bedoeld in artikel 3.6.
  7. Indien de Leaseovereenkomst eindigt overeenkomstig artikel 5.6 sub (ii) tot en met sub (vi), dan zal Cliënt aan LeasePlan, onverminderd het recht van LeasePlan om ter zake volledige schadevergoeding te vorderen, een vergoeding verschuldigd zijn die als volgt zal worden berekend:
    1. het verschil tussen de boekwaarde en de dagwaarde van het Object, indien de dagwaarde lager is dan de boekwaarde. Als dagwaarde geldt de verkoopwaarde van het betreffende Object, zoals gerealiseerd bij verkoop van het Object door LeasePlan, welke verkoop zo spoedig mogelijk na het einde van de Leaseovereenkomst zal plaatsvinden; en
    2. dat gedeelte van de leasetermijnen dat gevormd wordt door de kostencomponenten (i) management fee/administratiekosten, (ii) rente, (iii) verzekering en (iv) afschrijving, zoals berekend over het resterende aantal maanden van de overeengekomen Leaseperiode van het betreffende Object of de betreffende Objecten met een minimum van twee maanden.
    Cliënt zal het verschuldigde bedrag aan LeasePlan onmiddellijk na ontvangst van de in dit artikel bedoelde berekening betalen.

6. Leasetermijn

  1. Gedurende de Leaseperiode, alsmede aan het einde daarvan, doch zolang Cliënt het Object niet overeenkomstig artikel 10 heeft ingeleverd, is Cliënt aan LeasePlan maandelijks bij vooruitbetaling een leasetermijn verschuldigd ter zake van het ter beschikking gestelde Object. De leasetermijn bevat in ieder geval de volgende componenten:
    1. rente;
    2. afschrijving van het Object;
    3. ROB;
    4. management fee en vergoeding van administratiekosten;
    5. houderschapsbelasting;
    6. schadeafhandeling.
  2. Cliënt kan ondermeer de volgende aanvullende diensten met betrekking tot het Object bij LeasePlan betrekken:
    1. verzekering van het Object door of door bemiddeling van LeasePlan en/of het door LeasePlan tegen vergoeding dragen van het cascorisico;
    2. brandstof;
    3. een vervangend vervoer regeling;
    4. verschillende soorten hulpverlening in geval van calamiteiten;
    5. advisering op het gebied van wagenparkcoördinatie;
    Aanvullende diensten die door Cliënt zijn geselecteerd, zullen in de Mantelovereenkomst worden opgenomen en nader uitgewerkt. De daarvoor verschuldigde vergoeding zal in de maandelijkse leasetermijnen worden opgenomen.
  3. De leasetermijnen zullen per Object worden berekend over de overeengekomen duur van het gebruik op basis van kosten per kilometer over het overeengekomen aantal kilometers per jaar, vermeerderd met de vergoeding voor de overeengekomen aanvullende diensten, zoals overeengekomen in de Mantelovereenkomst.

7. Herziening leasetermijnen

  1. De componenten die de basis voor de berekening van de leasetermijnen vormen, worden gebaseerd op het prijsniveau op het moment van de aflevering van het Object. LeasePlan is gerechtigd de volgende componenten, en daarmee dus de leasetermijnen, gedurende de duur van de Leaseovereenkomst onder de volgende voorwaarden en op de volgende wijze aan te passen:
    1. Rente LeasePlan zal gerechtigd zijn om de rente aan te passen indien de rating en/of score van Client, zoals bepaald door een gerenommeerde rating instantie verslechtert.
    2. ROB en vervangend vervoer De kostencomponenten ROB en vervangend vervoer zullen gedurende de Leaseperiode worden aangepast aan het geldende CBS prijsindexcijfer arbeid, inkomen en sociale zekerheid, onderdeel reparatie en onderhoud (code 07230), indien dit prijsindexcijfer vanaf de aanvang van de Leaseperiode of de datum van laatste aanpassing van de kostencomponenten ROB en/of vervangend vervoer met minimaal 5% wijzigt. De aanpassing zal met terugwerkende kracht plaatsvinden en zal ingaan vanaf het moment van aanpassing van het CBS prijsindexcijfer.
    3. Verzekering, houderschapsbelasting en hulpverlening Indien zich na het moment van het aangaan van de Leaseovereenkomst veranderingen zullen voordoen in de hoogte van de verzekeringspremies, en/of de vergoedingen voor het door LeasePlan dragen van het cascorisico en/of de vergoeding van de bemiddelingsdiensten van LeasePlan ter zake van het afsluiten van verzekeringen en/of de vergoeding voor het door LeasePlan verrichten van beheer en administratieve handelingen ter zake van de verzekering, houderschapsbelasting en/of aan LeasePlan in rekening te brengen kosten van hulpverlening, dan zal LeasePlan gerechtigd zijn deze veranderingen door te berekenen in de leasetermijn vanaf het moment van de respectievelijke verandering.
    4. Management fee en administratiekosten De vergoeding voor de management fee en administratiekosten voor elk Object zal jaarlijks worden aangepast overeenkomstig de aanpassing van het geldende CBS prijsindexcijfer arbeid, inkomen en sociale zekerheid zakelijke dienstverlening (nummer 70-74) en naar aanleiding van eventuele wijzigingen van de door LeasePlan aangeboden services.
    5. Brandstofkosten Het component brandstofkosten wordt door LeasePlan berekend op basis van de kostprijs per liter en het geschatte verbruik van het Object. Indien de werkelijke kosten van brandstof, om welke reden dan ook, afwijken van de in de leasetermijn voorgecalculeerde kosten van brandstof, dan zal LeasePlan gerechtigd zijn de leasetermijn aan te passen vanaf het moment van de afwijking. Het verschil tussen de door LeasePlan betaalde brandstofkosten en de in de leasetermijn voorgecalculeerde kosten van brandstof zal tussen LeasePlan en Cliënt worden verrekend.
  2. Indien het CBS de publicatie van de prijsindexcijfers staakt of indien het CBS de prijsindexcijfers niet binnen 6 (zes) maanden nadat ze zijn vastgesteld publiceert, zal LeasePlan gerechtigd zijn om de in artikel 7.1 genoemde prijsindexcijfers naar redelijkheid vast te stellen.
  3. Indien nieuwe (fiscale) wet- of regelgeving van kracht wordt die, direct dan wel indirect, wijzigingen in de grondslag van de berekening van de leasetermijnen met zich meebrengt, dan zal LeasePlan gerechtigd zijn om de leasetermijn zodanig aan te passen, dat het van kracht worden van de nieuwe (fiscale) wet- of regelgeving voor wat betreft de uit hoofde van de Mantelovereenkomst gesloten Leaseovereenkomst geen financiële gevolgen voor LeasePlan met zich meebrengt. Daarbij zal LeasePlan tevens gerechtigd zijn om de aanpassingen met terugwerkende kracht door te voeren in het geval de betrokken wet- of regelgeving een dergelijke aanpassing rechtvaardigt.

8. Vaststelling kilometers, meer- en minder kilometers

  1. Het aantal door het Object gedurende de duur van de Leaseovereenkomst afgelegde kilometers zal steeds worden bepaald aan de hand van de in het Object aanwezige kilometerteller. Cliënt draagt zorg voor melding van de actuele kilometerstand aan LeasePlan door Berijder opgave te laten doen van de kilometerstand bij het tanken van brandstof, onderhoudsbeurten en bij eventuele schademeldingen.
  2. Indien de kilometerteller te eniger tijd onklaar raakt, dan zal Cliënt dat binnen 24 uur aan LeasePlan (doen) melden en de teller doen repareren op kosten van LeasePlan bij een door LeasePlan aangewezen bedrijf.
  3. Cliënt verplicht zich op eerste verzoek van LeasePlan alle gewenste inlichtingen te verstrekken om vaststelling van het aantal met een defecte kilometerteller gereden kilometers mogelijk te maken. Indien het aantal kilometers dat is gereden met een defecte teller op basis van de verstrekte informatie niet kan worden herleid, dan zullen partijen een schatting maken van het aantal kilometers dat in elk geval niet lager zal worden gesteld dan op 1/365e gedeelte van de jaarkilometrage per dag dat met de defecte teller is gereden. Bij het ontbreken van overeenstemming, zal de door LeasePlan gemaakte schatting doorslaggevend zijn.
  4. Indien de werkelijk afgelegde kilometers met het Object op enig moment gedurende de Leaseperiode meer dan 10% afwijken van de in de Leaseovereenkomst overeengekomen af te leggen kilometers gerelateerd aan de verstreken looptijd, dan zal LeasePlan gerechtigd zijn tussentijds dan wel bij het einde van de Leaseovereenkomst de verschuldigde leasetermijn te herberekenen. Het resultaat van deze herberekening zal aan Cliënt in rekening worden gebracht met terugwerkende kracht, vanaf de datum van aanvang van de Leaseperiode onder verrekening van de reeds in rekening gebrachte en door Cliënt betaalde leasetermijnen en eventuele tussentijdse door LeasePlan in rekening gebrachte herberekeningen.
  5. In geval van een herberekening van de leasetermijn overeenkomstig artikel 7.1, kunnen partijen in onderling overleg de Leaseovereenkomst wijzigen, waarbij de in de Leaseovereenkomst overeengekomen af te leggen kilometers en de duur van het gebruik van het Object worden aangepast aan de tot dan toe werkelijk afgelegde kilometers.
  6. Periodiek dan wel bij het einde van de Leaseovereenkomst worden de meer/minder kilometers verrekend. Deze kilometers worden vervolgens vermeerderd met het totaal van de kilometers afgelegd met een overeenkomstig artikel 17.3 ter beschikking gesteld Vervangend Object. Vervolgens wordt het totaal aantal kilometers vergeleken met de in de leaseovereenkomst overeengekomen af te leggen kilometers en worden de meer of minder gereden kilometers bij wijze van voorschot aan Cliënt berekend respectievelijk vergoed tegen de vooraf overeengekomen prijs voor meer-respectievelijk minder kilometers.

9. Gebruik van het Object

  1. Indien Cliënt het Object bij aflevering aanvaardt, erkent hij dat het Object beantwoordt aan de door hem gestelde eisen. Wijzigingen of toevoegingen van welke aard dan ook aan het Object die door Cliënt of Berijder nodig geacht worden, kunnen slechts na voorafgaande schriftelijke toestemming van LeasePlan plaatsvinden en LeasePlan zal de in dat verband gemaakte kosten aan Cliënt in rekening brengen.
  2. Cliënt zal er voor zorg dragen en staat er jegens LeasePlan voor in, dat het Object zorgvuldig en overeenkomstig het doel waarvoor het is bestemd en uitgerust, wordt gebruikt en onderhouden. Cliënt zal het Object niet (doen) gebruiken op een wijze die strijdig is met de bepalingen van geldende verkeerswet- of regelgeving of met enige andere wetsbepaling, voorschrift of reglement en staat er voor in dat Berijder het Object als een goed huisvader gebruikt.
  3. Het Object mag uitsluitend worden bestuurd door een persoon die in het bezit is van een in Nederland geldig rijbewijs voor het betrokken type Object. Cliënt zal zijn verplichtingen tot zorgvuldig gebruik en onderhoud van het Object tevens aan Berijder opleggen en alle documentatie ter zake (waaronder die afkomstig van LeasePlan) aan Berijder ter hand stellen. LeasePlan zal bij of onmiddellijk na aflevering van het Object aan Berijder een berijderset ter hand stellen. Deze berijderset zal onderdeel uitmaken van de in dit artikel bedoelde documentatie.
  4. Onverminderd de verplichtingen van Cliënt uit hoofde van artikel 9.2, zal Cliënt er voor zorg dragen en staat hij jegens LeasePlan er voor in, dat het Object niet zal worden gebruikt:
    1. voor snelheids-, prestatie- of betrouwbaarheidsritten c.q. het rijden op gesloten circuits anders dan voor rijvaardigheidstrainingen of opleidingen;
    2. voor het geven van rijlessen;
    3. voor wederhuur of vervoer van personen tegen betaling anders dan carpoolen met collega´s;
    4. buiten Nederland, wanneer Cliënt niet in bezit is van een geldig internationaal verzekeringsbewijs (groene kaart);
    5. buiten Nederland, wanneer in de Leaseovereenkomst geen hulpverleningsmodule inclusief buitenlanddekking is overeengekomen, noch Cliënt ten aanzien van het Object beschikt over een document van een erkende hulpverleningsinstantie;
    6. buiten Nederland, indien het verblijf langer is dan de termijn zoals in de op de Leaseovereenkomst van toepassing zijnde Dekkingsbepalingen staat genoemd;
    7. in landen die niet langer staan vermeld op het internationale verzekeringsbewijs (groene kaart);
    8. gekoppeld met aanhanger of caravan, tenzij met voorafgaande schriftelijke toestemming van LeasePlan. Geen toestemming is vereist indien de koppeling voldoet aan wettelijke eisen en voor het besturen van de trekkende auto volstaan kan worden met het bezit van rijbewijs B/E;
    9. op luchtvaartplatforms en op terreinen waar explosiegevaar heerst;
    10. voor vervoer van gevaarlijke stoffen, tenzij het Object conform de wettelijke voorschriften is ingericht en het vervoer valt binnen de afgegeven vereiste inschrijving of vergunning.
  5. Cliënt is verplicht te allen tijde in het bezit te zijn van de voor het vervoer vereiste inschrijving of vergunning. Cliënt zal het Object uitsluitend (doen) gebruiken in overeenstemming met de voorwaarden die zijn gesteld voor de desbetreffende inschrijving of vergunning.
  6. Cliënt zal de gebruiksvoorschriften en garantiebepalingen van de fabrikant en de door LeasePlan gegeven instructies ter zake van het Object en het gebruik ervan in acht (doen) nemen, waaronder instructies met betrekking tot de soort brandstof, smeermiddelen, rem- en koelvloeistof, alsmede met betrekking tot de maximale belasting van het Object.
  7. Cliënt zal voor eigen rekening zorg dragen voor het dagelijkse onderhoud van de Objecten, tenzij anders overeengekomen in de Leaseovereenkomst. Dagelijks onderhoud betreft de door de fabrikant, importeur en/of leverancier voorgeschreven handelingen, waaronder het regelmatig controleren, en zonodig op peil brengen, van motorolie, rem- en koelvloeistof, accuvloeistof en bandenspanning.
  8. Cliënt is verantwoordelijk voor de in zijn bezit zijnde delen van het kentekenbewijs van het Object, alsmede voor alle autosleutels, codekaarten en codes van audiovisuele apparatuur en de startblokkering behorende bij het Object. De kosten verbonden aan de vermissing en beschadiging van deze zaken zijn te allen tijde voor rekening van Cliënt. In geval van diefstal van (delen van) het kentekenbewijs is Cliënt verplicht om nieuwe kentekenplaten te laten aanbrengen. De kosten van het aanbrengen van nieuwe kentekenplaten zullen voor rekening van Cliënt zijn.
  9. Het Object blijft gedurende de looptijd van de Leaseovereenkomst eigendom van LeasePlan. Het is Cliënt en Berijder niet toegestaan het Object te vervreemden, verpanden of anderszins te bezwaren, te verhuren of op enigerlei andere wijze aan derden in gebruik te geven zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van LeasePlan. Indien LeasePlan de hiervoor bedoelde schriftelijke toestemming verleent, blijft Cliënt evenwel met betrekking tot het Object jegens LeasePlan volledig aansprakelijk voor de stipte nakoming van alle verplichtingen uit hoofde van de Mantelovereenkomst en de Leaseovereenkomst.
  10. Indien derden ten opzichte van het Object rechten willen doen gelden of maatregelen treffen, dan zal Cliënt hen terstond doen blijken van de eigendom van LeasePlan en zal Cliënt LeasePlan van dergelijke maatregelen of het voornemen daartoe binnen 24 uur in kennis doen stellen en zo nodig zelf alle redelijke voorzieningen daartegen treffen. In geval van diefstal of vermissing van het Object, zal Cliënt onmiddellijk na constatering daarvan LeasePlan en de politie op de hoogte stellen en aangifte doen.
  11. LeasePlan zal gerechtigd zijn om alle door haar in redelijkheid noodzakelijk geachte maatregelen ter bescherming van haar rechten te nemen. De kosten verbonden aan dergelijke maatregelen zullen voor rekening van Cliënt zijn, tenzij de aanleiding tot die maatregelen gelegen is in een omstandigheid die aan LeasePlan is toe te rekenen.

10. Inlevering Object

  1. Cliënt zal het Object in goede staat aan LeasePlan doen retourneren op een door LeasePlan opgegeven locatie en tijdstip en zal alle overige redelijke instructies van LeasePlan ter zake stipt volgen. LeasePlan zal bij inlevering het Object tezamen met Berijder of een andere vertegenwoordiger van Cliënt inspecteren.
  2. Cliënt zal bij inlevering van het Object alle bijbehorende documenten, zoals kentekenbewijs, autosleutels, codekaarten en codes van audiovisuele apparatuur, startblokkering, groene kaart en eventuele ter beschikking gestelde brandstofpassen, inleveren. De kosten verbonden aan de terugname van het Object komen voor rekening van Cliënt. Het Object wordt geacht te zijn ingeleverd zodra het Object en alle bijbehorende documenten zijn afgeleverd op de door LeasePlan opgegeven locatie, de inspectie bedoeld in artikel 10.1 is voltooid en de Berijder of een andere vertegenwoordiger van Cliënt een daartoe bestemd formulier heeft ondertekend. Dit zogenaamde innameformulier zal onder meer het aantal met het Object gereden kilometers vermelden en de staat van het Object bij inlevering uiteenzetten.
  3. Indien bij inlevering van het Object schade aan het Object wordt geconstateerd, dan zal deze schade, alsmede de kosten van taxatie van die schade, aan Cliënt in rekening worden gebracht, voor zover deze kosten niet door de verzekering worden gedekt. Deze bepaling is mede van toepassing indien Cliënt zich niet gehouden heeft aan het gestelde in artikel 10.2.
  4. Bij inlevering van het Object beoordeelt LeasePlan de geconstateerde gebruiksschade in relatie tot de leeftijd van het Object. Als definitie van gebruiksschade geldt onder andere deuken en krassen die een kleinere diameter hebben dan 5 centimeter, alsmede reparatiekosten aan ruiten, spiegels, dashboard, bekleding, wieldoppen en antennes. LeasePlan behoudt zich het recht voor om de geconstateerde gebruiksschade te verhalen op Cliënt.
  5. Op verzoek van Cliënt kunnen accessoires en veranderingen aan het Object die Cliënt op eigen kosten heeft laten aanbrengen en waarvan verwijdering geen beschadiging van het Object ten gevolge heeft, door of namens Cliënt worden verwijderd. LeasePlan zal nimmer gehouden zijn om een vergoeding te betalen ter zake van niet verwijderde accessoires of andere veranderingen aan het Object. Indien op verzoek van Cliënt na inlevering van het Object door Cliënt aangebrachte accessoires en/of belettering worden verwijderd, waarbij naar het oordeel van LeasePlan schade aan het Object wordt veroorzaakt, dan zal aan Cliënt de eventuele waardevermindering van het Object in rekening worden gebracht.
  6. Indien Cliënt het Object niet binnen de gestelde termijn inlevert, dan zal LeasePlan gerechtigd zijn het Object terug te (doen) halen. Alle daarmee verbonden kosten zullen voor rekening van Cliënt zijn.
  7. LeasePlan zal in alle gevallen vrij zijn na inlevering te bepalen of, aan wie en wanneer het Object wordt verkocht.

11. Reparatie, Onderhoud, Banden (ROB)

  1. Cliënt zal er voor zorg dragen dat onderhoud en reparatie aan het Object tijdig plaatsvindt overeenkomstig het bij aflevering van het Object overgelegde onderhoudsschema. Cliënt zal het Object voorts onmiddellijk voor onderhoud en reparatie doen aanbieden indien dat noodzakelijk lijkt.
  2. Wanneer reparatie of onderhoud aan het Object dient plaats te vinden, dan zal Cliënt LeasePlan (doen) mededelen dat hij het Object ter reparatie of onderhoud wenst aan te bieden en zal LeasePlan daarvoor om toestemming (doen) vragen. LeasePlan zal bij verlening van toestemming aangeven bij welk bedrijf Cliënt de betreffende reparatie- en/of onderhoudswerkzaamheden dient te laten uitvoeren. Het voorgaande geldt eveneens voor de vervanging van de banden van het Object.
  3. Cliënt zal nimmer zelf reparatie- en/of onderhoudswerkzaamheden verrichten of banden van het Object (doen) vervangen. Cliënt dient reparatie- en/of onderhoudswerkzaamheden, met inbegrip van het vervangen van banden van het Object, uitsluitend te laten uitvoeren na toestemming van LeasePlan en uitsluitend bij het door LeasePlan aangewezen bedrijf.
  4. Cliënt is gerechtigd het Object ook buiten de normale werktijden voor onderhoud en/of reparatie aan te bieden bij het door LeasePlan aangewezen bedrijf, mits dit geen verhogend effect ten aanzien van daarmee gemoeide kosten heeft, dan wel Cliënt de eventuele meerkosten voor zijn rekening neemt.
  5. Met uitzondering van het bepaalde in artikel 11.6, zullen alle kosten verbonden aan ROB werkzaamheden waarvoor de vereiste voorafgaande toestemming door LeasePlan is verleend, voor rekening van LeasePlan zijn. Onderdelen zullen, na montage daarvan in of aan het Object, eigendom van LeasePlan worden.
  6. De volgende kosten verbonden aan de volgende reparatie- en onderhoudwerkzaamheden zullen voor rekening van Cliënt zijn, tenzij LeasePlan deze kosten van de importeur, fabrikant en/of leverancier van het Object vergoed krijgt:
    1. reparatie en vervanging van banden, anders dan ten gevolge van normaal gebruik, zulks ter beoordeling van LeasePlan;
    2. reparatie van en onderhoud aan al datgene dat niet behoort tot de uitrusting van het Object, zoals beschreven in de Leaseovereenkomst;
    3. alle werkzaamheden die het gevolg zijn van verwaarlozing of onoordeelkundig gebruik van het Object of overbelasting van het Object, zulks ter uitsluitende beoordeling van LeasePlan.
  7. Cliënt zal alle kosten verbonden aan ROB werkzaamheden aan het Object in het buitenland zelf betalen, de desbetreffende facturen op naam van LeasePlan doen stellen en er voor zorg dragen dat de betrokken facturen naar LeasePlan worden gestuurd, met dien verstande dat voor de uitvoering van reparatie- en/of onderhoudswerkzaamheden in het buitenland ook altijd voorafgaande toestemming van LeasePlan is vereist. LeasePlan zal na ontvangst van de facturen de gemaakte kosten aan Cliënt vergoeden. Indien voorafgaand geen toestemming is gevraagd aan LeasePlan, zal LeasePlan na ontvangst van de facturen het te vergoeden bedrag verminderen tot het bedrag waarvoor de werkzaamheden bij een gereputeerd en erkend bedrijf in Nederland hadden kunnen worden uitgevoerd.

12. Schade en schadeherstel

  1. Iedere schade aan het Object en iedere schade die met het Object wordt toegebracht, dient onmiddellijk en uiterlijk binnen 48 uur na het voorval door Cliënt aan LeasePlan telefonisch of elektronisch te worden gemeld en direct daarna schriftelijk te worden bevestigd door middel van het daarvoor bestemde formulier. Voorts dient Cliënt alle bescheiden die hij ter zake ontvangt, onverwijld aan LeasePlan te sturen. In geval van diefstal of vermissing van het Object, zal Cliënt onmiddellijk na constatering daarvan LeasePlan en de politie van de diefstal of vermissing op de hoogte stellen.
  2. Indien bij een schadegeval lichamelijk letsel is toegebracht en/of derden zijn betrokken of indien het Object is gestolen of wordt vermist, dan dient Cliënt er voor zorg te dragen dat door de politie of een andere daartoe bevoegde instantie een proces-verbaal wordt opgemaakt en dat het proces-verbaal, tezamen met het schadeformulier aan LeasePlan wordt gestuurd. Daarnaast zal Cliënt prompt alle maatregelen treffen die in de Dekkingsbepalingen van de Verzekeringsovereenkomst worden voorgeschreven om de afwikkeling van de schade en/of verlies mogelijk te maken en een eventuele uitbetaling van verzekeringspenningen door de assuradeur te bespoedigen.
  3. Na ontvangst van de melding van schade overeenkomstig artikel 12.1 zal LeasePlan Cliënt zo spoedig mogelijk mededelen of de schade hersteld dient te worden. Indien de schade hersteld dient te worden, dan zal LeasePlan aan Cliënt of Berijder mededelen bij welk bedrijf Cliënt de schadeherstelwerkzaamheden dient te laten uitvoeren en instructies geven aan Cliënt over het tijdstip, de locatie en de wijze waarop het Object voor schadeherstelwerkzaamheden dient te worden aangeboden.
  4. Cliënt zal nimmer zelf schadeherstelwerkzaamheden uitvoeren. Cliënt dient het schadeherstel uitsluitend uit te laten voeren na toestemming van LeasePlan en uitsluitend bij het door LeasePlan aangewezen bedrijf.
  5. Cliënt zal alle kosten verbonden aan schadeherstelwerkzaamheden aan het Object in het buitenland zelf betalen, de desbetreffende facturen op naam van LeasePlan doen stellen en er voor zorg dragen dat de betrokken facturen naar LeasePlan worden gestuurd, met dien verstande dat voor de uitvoering van schadeherstel-werkzaamheden in het buitenland ook altijd voorafgaande toestemming van LeasePlan is vereist. LeasePlan zal na ontvangst van de facturen de gemaakte kosten aan Cliënt vergoeden. Indien voorafgaand geen toestemming is gevraagd aan LeasePlan, zal LeasePlan na ontvangst van de facturen het te vergoeden bedrag verminderen tot het bedrag waarvoor de werkzaamheden bij een gereputeerd en erkend bedrijf in Nederland hadden kunnen worden uitgevoerd.

13. Management fee en administratiekosten

LeasePlan zal onder meer de aanschaf, de administratie en het beheer van het Object ten behoeve van Cliënt verzorgen. Als vergoeding daarvoor zal Cliënt maandelijks aan LeasePlan administratiekosten en een management fee verschuldigd zijn. Het maandelijks verschuldigde bedrag zal als een component in de leasetermijn van het Object worden opgenomen.

14. Belastingen

  1. Houderschapsbelasting ter zake van het Object zal worden afgedragen door LeasePlan en opgenomen als een component in de leasetermijn. Eventuele in verband met de Mantelovereenkomst of de Leaseovereenkomst(en) van overheidswege aan LeasePlan opgelegde (fiscale) heffingen, met uitzondering van verschuldigde houderschapsbelasting, zullen voor rekening van Cliënt zijn. LeasePlan zal gerechtigd zijn dergelijke van overheidswege opgelegde (fiscale) heffingen namens Cliënt te voldoen en aan Cliënt vervolgens in rekening te brengen. Cliënt zal genoemde bedragen op eerste verzoek van LeasePlan aan LeasePlan vergoeden.
  2. Indien in verband met de Mantelovereenkomst of de Leaseovereenkomst(en) ingevolge geldende (fiscale) wet- of regelgeving subsidies, kortingen en/of investeringspremies worden toegekend, dan zullen de toegekende bedragen worden verrekend.
  3. Eventueel gemaakte kosten in het buitenland aan of in verband met het Object en met betrekking tot hetgeen overeengekomen in de Leaseovereenkomst zal LeasePlan vergoeden onder aftrek van eventueel niet te verrekenen omzetbelasting.

15. Brandstof

Cliënt zal aansprakelijk zijn voor alle schade die LeasePlan lijdt als gevolg van misbruik, verlies of diefstal van de brandstofpas en zal LeasePlan vrijwaren voor alle aanspraken van derden die het gevolg zijn van een dergelijk misbruik, verlies of diefstal. Ingeval van misbruik, verlies of diefstal van de brandstofpas zal Cliënt terstond aangifte doen.

16. Tijdelijk vervoer

  1. Cliënt heeft de mogelijkheid om gebruik te maken van de door LeasePlan aangeboden verhuur van HuurObjecten onder de in dit artikel opgenomen voorwaarden en condities. Voor de verhuur van de HuurObjecten zal LeasePlan gebruik maken van een door LeasePlan ingeschakeld verhuurbedrijf.
  2. Voor ieder HuurObject dat Cliënt van LeasePlan wenst te huren dient Cliënt een Huurovereenkomst te sluiten met LeasePlan.
  3. Voor de huur van de HuurObjecten gelden de tarieven zoals deze door LeasePlan van tijd tot tijd aan Cliënt worden medegedeeld. De huurtermijnen zullen maandelijks door LeasePlan aan Cliënt in rekening worden gebracht.
  4. Om een Huurovereenkomst aan te gaan, dient Cliënt dit aan LeasePlan kenbaar te maken onder vermelding van de klasse van het HuurObject en de gewenste aanvang en de duur van de huurperiode. De Huurovereenkomst komt tot stand zodra Cliënt kenbaar heeft gemaakt een Huurovereenkomst aan te gaan en de order door LeasePlan aan Cliënt is bevestigd.
  5. Na bevestiging van de order zal LeasePlan zich inspannen om het HuurObject op een in overleg met Cliënt vastgestelde locatie en vastgesteld tijdstip af te leveren. In geval Cliënt over het gewenste HuurObject binnen 8 uur na aanvraag wenst te beschikken, is LeasePlan gerechtigd, indien zij niet over een HuurObject in de gewenste klasse beschikt, een HuurObject van een hogere klasse in te zetten en de daarbij behorende huurprijs in rekening te brengen.
  6. Indien de locatie, al dan niet in combinatie met het tijdstip van aflevering van het HuurObject, naar het oordeel van LeasePlan of het door LeasePlan ingeschakelde verhuurbedrijf niet veilig is, dan zal LeasePlan of het door LeasePlan ingeschakelde verhuurbedrijf Cliënt zo spoedig mogelijk daarvan op de hoogte stellen en trachten op de aangegeven locatie een bericht achter te laten met de mededeling waar Cliënt alsnog het HuurObject in ontvangst kan nemen. Indien Cliënt niet op de aangegeven locatie en het aangegeven tijdstip het HuurObject in ontvangst neemt, dan is LeasePlan gerechtigd het HuurObject op een later tijdstip alsnog af te leveren. Alle daarmee verbonden kosten zullen voor rekening van Cliënt zijn.
  7. In geval van annulering van de huur van het HuurObject behoudt LeasePlan zich het recht voor om alle met de annulering gemoeide kosten aan Cliënt in rekening te brengen.
  8. Cliënt is verplicht om op eerste verzoek van LeasePlan het HuurObject in te leveren dan wel LeasePlan in de gelegenheid te stellen om het HuurObject om te ruilen voor een voertuig van dezelfde klasse. Kosten die voortvloeien uit het niet opvolgen door Cliënt van het verzoek van LeasePlan zijn voor rekening van Cliënt en zullen door LeasePlan aan Cliënt in rekening worden gebracht.
  9. De bepalingen van artikel 9 ´Gebruik van het Object´, artikel 10 ´Inlevering van het Object´, artikel 11 ´Reparatie, Onderhoud, Banden (ROB)´, artikel 12 ´Schade en schadeherstel´, artikel 18 ´Keuringen en inspecties´, artikel 19 ´Boetes´ en artikel 20 ´Risico, verzekering en aansprakelijkheid´ zoals deze van toepassing zijn op de Leaseovereenkomst en het gebruik van het Object zijn tevens van toepassing op de Huurovereenkomst en het gebruik door Cliënt van het HuurObject, met dien verstande dat:
    1. Cliënt alle kosten verbonden aan ROB werkzaamheden en schadeherstelwerkzaamheden aan het HuurObject in het buitenland, zoals bedoeld in artikel 11.7 respectievelijk artikel 12.5, zelf zal betalen, de desbetreffende facturen op naam van het door LeasePlan ingeschakelde verhuurbedrijf zal doen stellen en er voor zal zorgdragen dat de betrokken facturen naar het door LeasePlan ingeschakelde verhuurbedrijf zullen worden gestuurd;
    2. Cliënt mededeling dient te doen of toestemming dient te vragen aan het door LeasePlan ingeschakelde verhuurbedrijf in alle gevallen waarin Cliënt in verband met het Object mededeling dient te doen aan LeasePlan of toestemming aan LeasePlan dient te vragen;
    3. Cliënt nadat hij het HuurObject heeft ingeleverd op de locatie en het tijdstip aangegeven door het door LeasePlan ingeschakelde verhuurbedrijf, zoals bedoeld in artikel 10.1, een afmeldnummer ontvangt dat dient als bewijs dat het HuurObject is afgemeld. Kosten gemaakt als gevolg van het niet tijdig inleveren en afmelden van het HuurObject door Cliënt zijn voor rekening van Cliënt en zullen door LeasePlan aan Cliënt in rekening worden gebracht;
    4. in plaats van de mogelijkheden van verzekering van het Object, zoals bedoeld in artikel 20.2 en 20.3, LeasePlan er voor zal zorg dragen dat het HuurObject bij een assuradeur zal zijn verzekerd tegen de risico´s van cascoschade, tenzij LeasePlan in een voorkomend geval het cascorisico van een eigen HuurObject zelf draagt, en conform de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) gestelde eisen en dat ten aanzien van het HuurObject een hulpverleningdienst is overeengekomen.
  10. Indien het HuurObject gedurende de looptijd van de Huurovereenkomst door verschillende bestuurders wordt bestuurd, dan zal Cliënt van elke bestuurder direct de naam, het adres en het rijbewijsnummer aan het door LeasePlan ingeschakelde verhuurbedrijf doorgeven.
  11. LeasePlan is gerechtigd om de Huurovereenkomst met onmiddellijke ingang door middel van een schriftelijke mededeling te beëindigen indien:
    1. LeasePlan de Mantelovereenkomst overeenkomstig artikel 22.1 heeft beëindigd;
    2. Cliënt zijn verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst niet nakomt, welke niet-nakoming niet is gezuiverd binnen 5 dagen na mededeling door LeasePlan, voor zover een dergelijke niet-nakoming vatbaar is voor zuivering;
    3. Cliënt voor of bij het aangaan van de Huurovereenkomst onjuiste of onvolledige opgave heeft gedaan of laten doen, dan wel feiten of omstandigheden heeft verzwegen welke van dien aard zijn dat LeasePlan de Huurovereenkomst niet of niet op dezelfde voorwaarden zou zijn aangegaan.
    In geval van beëindiging van de huurovereenkomst is Cliënt verplicht om het HuurObject onmiddellijk bij het door LeasePlan ingeschakelde verhuurbedrijf in te leveren.

17. Vervangend vervoer

  1. Indien partijen in de Mantelovereenkomst een vervangend vervoer regeling zijn overeengekomen, dan zal LeasePlan aan Cliënt een Vervangend Object ter beschikking stellen gedurende de periode dat Cliënt in verband met schadeherstel, reparatie of onderhoud in Nederland niet over het Object kan beschikken. LeasePlan zal zich inspannen om een Vervangend Object van een gelijkwaardige klasse als het Object aan Cliënt ter beschikking te stellen, maar behoudt zich het recht voor om een Vervangend Object in een lagere klasse aan te bieden zolang er geen Vervangend Object in een gelijkwaardige klasse voor handen is.
  2. Indien de periode waarin Cliënt in verband met reparatie, schadeherstel of onderhoud niet over het Object kan beschikken korter is dan de in de Mantelovereenkomst overeengekomen stilstand periode, dan zal LeasePlan gerechtigd zijn om de kosten verbonden aan het ter beschikking stellen van een Vervangend Object voor die periode aan Cliënt in rekening te brengen.
  3. De kilometers die met het Vervangend Object worden afgelegd en die in de calculatie zijn opgenomen, en de dagen gedurende welke het Vervangend Object beschikbaar is gesteld, worden beschouwd als te zijn gereden met het Object. Gedurende de periode dat LeasePlan het Vervangend Object aan Cliënt beschikbaar stelt, loopt de Leaseovereenkomst door en is Cliënt verplicht de leasetermijnen door te betalen.
  4. Zodra het Object na reparatie, schadeherstel of onderhoud weer beschikbaar is voor Cliënt, eindigt het recht op vervangend vervoer en is Cliënt verplicht het Vervangend Object bij het desbetreffende verhuurbedrijf af te leveren en af te melden. Het afmeldnummer is voor Cliënt het bewijs dat het vervangend vervoer is beëindigd. Kosten gemaakt als gevolg van het niet tijdig afmelden van het Vervangend Object door Cliënt zijn voor rekening van Cliënt en zullen door LeasePlan aan Cliënt in rekening worden gebracht.
  5. Cliënt is verplicht om op eerste verzoek van LeasePlan het Vervangend Object in te leveren dan wel LeasePlan in de gelegenheid te stellen om het Vervangend Object om te ruilen voor een voertuig van dezelfde klasse. Kosten die voortvloeien uit het niet opvolgen door Cliënt van het verzoek van LeasePlan zijn voor rekening van Cliënt en zullen door LeasePlan aan Cliënt in rekening worden gebracht.
  6. In aanvulling op de bepalingen genoemd in artikel 17.1 tot en met 17.5, zijn alle bepalingen in deze algemene voorwaarden die van toepassing zijn op het gebruik van het Object tevens van toepassing op het gebruik van het Vervangend Object.

18. Keuringen en inspecties

  1. Cliënt zal het Object tijdig aanbieden voor alle wettelijke voorgeschreven keuringen en inspecties, met inbegrip van de Algemene Periodieke Keuring (APK-keuring), aan een door van overheidswege daartoe aangewezen, goedgekeurd of erkend bedrijf of keurmeester, met dien verstande dat de APK-keuringen zullen geschieden bij een door LeasePlan aangewezen bedrijf. Gebreken welke bij de hiervoor bedoelde keuringen en/of inspecties mochten worden geconstateerd, zal Cliënt onmiddellijk laten repareren met inachtneming van de bepalingen van artikel 11. De keuringen zullen, indien mogelijk, worden gecombineerd met periodiek onderhoud van het Object.
  2. Cliënt zal LeasePlan en/of het bevoegde gezag te allen tijde in staat stellen om op eerste verzoek het Object te bezichtigen of te inspecteren op een door LeasePlan en/of het bevoegde gezag aan te wijzen plaats en tijd.
  3. De kosten voor de APK-keuring alsmede de kosten voor het op kenteken stellen van het Object zullen voor rekening van LeasePlan zijn. De kosten verbandhoudende met alle overige verplichte keuringen en/of inspecties, met inbegrip van alle keuringen en/of inspecties van op verzoek van Cliënt aan het Object aangebrachte accessoires, zullen voor rekening van Cliënt zijn en Cliënt dient genoemde kosten rechtstreeks aan de betreffende keuringsinstantie te voldoen. Daarnaast zullen alle kosten verbonden aan het niet tijdig aanbieden door Cliënt van het Object voor wettelijk voorgeschreven keuringen en inspecties, met inbegrip van de APK-keuring, voor rekening zijn van Cliënt.

19. Boetes

  1. Cliënt dient alle boetes, inclusief eventuele verhogingen, incassokosten en administratiekosten, te voldoen ter zake van verkeers- en/of andere overtredingen die met het Object, het HuurObject of het Vervangend Object zijn gemaakt, ongeacht of deze zijn opgelegd aan de Berijder, Cliënt of LeasePlan.
  2. LeasePlan zal de eerste door haar ontvangen aanmaning ter zake van een verkeersovertreding begaan met het Object naar de Berijder of Cliënt sturen. LeasePlan behoudt zich het recht voor alle boetes betreffende het Object zelf te voldoen en deze vervolgens aan Cliënt door te berekenen. Cliënt zal alle ter zake verschuldigde bedragen onmiddellijk na ontvangst van de betrokken factuur aan LeasePlan voldoen.

20. Risico, verzekering en aansprakelijkheid

  1. Alle schade van welke aard dan ook toegebracht aan het Object en bijbehorende accessoires en gereedschappen alsmede alle schade van welke aard dan ook ontstaan als gevolg van het gebruik van het Object, voor zover niet begrepen onder de van toepassing zijnde Dekkingsbepalingen, zal voor rekening van Cliënt zijn, met inbegrip van schade die wel is gedekt onder de Dekkingsbepalingen, maar niet wordt vergoed, althans niet voor rekening blijft van LeasePlan als gevolg van enig handelen of nalaten van Cliënt of de Berijder.
  2. Ten aanzien van de risico’s met betrekking tot WA- en cascoschade van het Object biedt LeasePlan aan Cliënt bij het aangaan van de Mantelovereenkomst de volgende mogelijkheden:
    1. LeasePlan heeft het WA-risico ondergebracht bij een assuradeur en draagt het cascorisico van het Object zelf, waarbij LeasePlan er tevens voor kan kiezen het cascorisico bij een derde onder te brengen;
    2. LeasePlan bemiddelt bij het verzekeren van het WA-risico en het verzekeren van het cascorisico van het Object;
    3. Cliënt draagt zelf zorg voor de verzekering van het WA-risico en de verzekering van het cascorisico van het Object en LeasePlan verzorgt de volledige schadebehandeling en premieverrekening;
    4. Cliënt draagt zelf zorg voor de verzekering van het WA-risico en de verzekering van het cascorisico van het Object en LeasePlan verzorgt de volledige schadebehandeling.
    Cliënt heeft de keuze om LeasePlan te laten bemiddelen bij het afsluiten van de volgende aanvullende verzekeringen:
    1. een Personen Ongevallen Inzittende verzekering (POI);
    2. een Schade Verzekering Inzittenden (SVI);
  3. De Mantelovereenkomst zal bepalen welke partij het cascorisico draagt, welke partij zorg draagt voor het afsluiten van de verzekering van het WA-risico en de verzekering van het cascorisico van het Object en welke verzekeringen er door bemiddeling van LeasePlan worden afgesloten. De voorwaarden van de verzekering respectievelijk de voorwaarden waaronder LeasePlan zelf het cascorisico draagt, zullen zijn vastgelegd in de Dekkingsbepalingen. Cliënt zal een Verzekeringsovereenkomst niet eerder aangaan, dan na voorafgaande schriftelijke toestemming van LeasePlan. Cliënt zal de concept Verzekeringsovereenkomst inclusief alle daarbij behorende bijlagen tijdig naar LeasePlan ter bestudering en goedkeuring sturen.
  4. Cliënt is verplicht om de door LeasePlan en de assuradeur gegeven instructies, alsmede alle in de Dekkingsbepalingen gestelde voorwaarden, stipt op te volgen en alle medewerking te verlenen om een spoedige regeling van de schade te bewerkstelligen en de schade voor zover mogelijk te beperken. Cliënt zal geen handelingen verrichten of toezeggingen of verklaringen doen, waaruit erkenning van een verplichting tot schadevergoeding zou kunnen worden afgeleid en zal in het algemeen niets doen dat de belangen van LeasePlan en/of de assuradeur zou kunnen schaden. Wanneer Cliënt de hiervoor genoemde verplichtingen niet nakomt, dan zal Cliënt voor de daardoor ontstane schade jegens LeasePlan aansprakelijk zijn.
  5. LeasePlan zal nimmer aansprakelijk zijn voor enige schade (met inbegrip van kosten) van welke aard dan ook, met inbegrip van bedrijfsschade, verlies van het Object of enige schade aan het Object en bijbehorende accessoires en gereedschappen, schade aan de Berijder, de bestuurder of inzittenden van het Object of schade aan of verlies van eigendommen van Cliënt, de Berijder, de bestuurder of inzittenden van het Object, welke schade direct of indirect is veroorzaakt of verband houdt met:
    1. het gebruik van het Object;
    2. niet-nakoming door Cliënt van enige verplichting uit hoofde van de Mantelovereenkomst of de Leaseovereenkomst;
    3. tekortkomingen of gebreken aan het Object;
    4. handelingen van door LeasePlan ingeschakelde derden;
    5. overtreding van geldende wet- en regelgeving;
    6. het gebruik van door LeasePlan verstrekte gegevens
    7. ;
    tenzij de schade is ontstaan als een direct gevolg van opzet of grove schuld van LeasePlan. Cliënt vrijwaart LeasePlan uitdrukkelijk tegen aanspraken en vorderingen van derden welke op enige hierboven genoemde schade zijn gebaseerd of daarmee verband houden en Cliënt vrijwaart LeasePlan voor alle aanspraken van derden terzake en zal alle kosten en schade vergoeden die LeasePlan ter bescherming van haar rechten mocht maken respectievelijk zal lijden.

21. Betaling

  1. Tenzij uitdrukkelijk anders overeengekomen, zal Cliënt de maandelijkse leasetermijnen bij vooruitbetaling op de eerste dag van de maand verschuldigd zijn. Een leasetermijn die betrekking heeft op een gedeelte van een maand, zal met Cliënt op basis van evenredigheid worden verrekend. Alle overige bedragen die Cliënt uit hoofde van of voortvloeiende uit de Mantelovereenkomst aan LeasePlan verschuldigd is en welke niet in de leasetermijn zijn opgenomen, dienen binnen 14 (veertien) dagen na factuurdatum te worden voldaan.
  2. Bij het aangaan van de Mantelovereenkomst zal Cliënt aan LeasePlan een machtiging verlenen tot automatische incasso van de verschuldigde leasetermijnen en alle andere uit hoofde van of voortvloeiende uit de Mantelovereenkomst verschuldigde bedragen. Cliënt zal er voor zorg dragen dat haar saldo op de betrokken rekening te allen tijde voldoende zal zijn om haar betalingsverplichtingen jegens LeasePlan te voldoen. Indien de machtiging wordt ingetrokken, dan zal LeasePlan alle additionele kosten verbandhoudende met de incasso van de door Cliënt verschuldigde bedragen aan Cliënt doorberekenen.
  3. Bij overschrijding van een betalingstermijn zal Cliënt in verzuim zijn jegens LeasePlan, zonder enige ingebrekestelling. Cliënt zal alsdan over het uitstaande bedrag een rente verschuldigd zijn van 1,5% per maand, te rekenen vanaf de vervaldatum tot aan de dag der algehele voldoening.
  4. Cliënt is niet gerechtigd enige betaling die hij is verschuldigd aan LeasePlan op te schorten met een beroep op compensatie en/of verrekening.
  5. Alle kosten die door LeasePlan worden gemaakt ter uitoefening en behoud van haar rechten uit hoofde van of voortvloeiende uit de Mantelovereenkomst, met inbegrip van (buiten)gerechtelijke incassokosten, zullen voor rekening van Cliënt komen en zullen door Cliënt op eerste verzoek van LeasePlan worden voldaan. De buitengerechtelijke kosten zullen gelijk zijn aan 15% van het te vorderen bedrag, vermeerderd met BTW, met een minimum van € 150,--, onverminderd het recht van LeasePlan om volledige vergoeding van de geleden schade en/of de gemaakte kosten te vorderen indien deze meer mocht bedragen dan genoemde 15%.

22. Einde Mantelovereenkomst

  1. De Mantelovereenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en treedt in werking op de datum zoals vastgesteld in de Mantelovereenkomst. De Mantelovereenkomst kan door elk van de partijen worden beëindigd met onmiddellijke ingang. Beëindiging geschiedt bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst en laat alle rechten onverlet die een partij heeft uit hoofde van het voorval dat tot de beëindiging heeft geleid.
  2. Beëindiging van de Mantelovereenkomst laat de rechten en verplichtingen van partijen uit hoofde van de Mantelovereenkomst onverlet tot het tijdstip dat Cliënt en LeasePlan geen verplichtingen meer hebben jegens elkaar uit enige Leaseovereenkomst of Huurovereenkomst die op basis van de Mantelovereenkomst is gesloten.

23. Geheimhouding

Geen van de partijen zal zonder voorafgaande toestemming van de andere partij, ook na beëindiging van de Mantelovereenkomst, de Leaseovereenkomst of de Huurovereenkomst gegevens van welke aard dan ook betreffende de andere partij of de inhoud van de Mantelovereenkomst, de Leaseovereenkomst of de Huurovereenkomst aan derden kenbaar maken of verstrekken, tenzij deze informatie van algemene bekendheid is of partijen daartoe krachtens de wet gehouden zijn.

24. Persoonsregistratie

LeasePlan zal de door Cliënt verstrekte gegevens ten behoeve van de administratie en afwikkeling van de Leaseovereenkomst of de Huurovereenkomst opnemen in een door LeasePlan gehouden persoonsregistratie in overeenstemming met de bepalingen van de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

25. Internet- en Mobiele Applicaties

  1. Cliënt kan gebruik (laten) maken van Internet- en Mobiele Applicaties. LeasePlan kan daarvoor de eventueel benodigde codes aan Cliënt verschaffen. Die codes zijn alleen voor gebruik ten behoeve van Cliënt.
  2. Er kunnen specifieke gebruiksvoorwaarden van toepassing zijn op het gebruik van de Internet- en Mobiele Applicaties. De gebruiksvoorwaarden worden in de betreffende Internet- en Mobiele Applicatie vermeld en kunnen daar worden geraadpleegd.
  3. Cliënt kan geen rechten ontlenen aan het gebruik van de Internet- en Mobiele Applicaties.
  4. De intellectuele eigendomsrechten die LeasePlan en haar licentiegevers hebben ten aanzien van de Internet- en Mobiele Applicaties, zullen door Cliënt worden gerespecteerd.

26. Overige bepalingen

  1. Indien een of meer bepalingen van de onderhavige overeenkomst onverbindend mochten blijken, zullen de overige bepalingen van de onderhavige overeenkomst van kracht blijven. Partijen verbinden zich om de onverbindende bepalingen te vervangen door bepalingen die – gelet op het doel en de strekking van de onderhavige overeenkomst - zo min mogelijk afwijken van de betrokken onverbindende bepalingen.
  2. Het is Cliënt niet toegestaan om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van LeasePlan enig recht of enige verplichting uit hoofde van de Mantelovereenkomst, de Leaseovereenkomst of de Huurovereenkomst aan een derde over te dragen.
  3. LeasePlan is gerechtigd om haar eigendomsrechten met betrekking tot de Objecten over te dragen, alsmede haar rechten en verplichtingen uit de Mantelovereenkomst, de Leaseovereenkomst of de Huurovereenkomst over te dragen aan een door haar aan te wijzen derde. Cliënt geeft nu voor alsdan toestemming daartoe.
  4. Cliënt is verplicht om adreswijzigingen van Cliënt of Berijders binnen 14 dagen aan LeasePlan door te geven. Voorts is Cliënt verplicht om LeasePlan terstond te informeren bij een verandering van rechtsvorm waarna LeasePlan de mantelovereenkomst zal wijzigen en Cliënt de gewijzigde mantelovereenkomst dient te ondertekenen.
  5. Op de Mantelovereenkomst, de Leaseovereenkomst en de Huurovereenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.
  6. Alle geschillen betreffende de geldigheid, interpretatie of nakoming van de Mantelovereenkomst, de Leaseovereenkomst en de Huurovereenkomst zullen ter beslechting worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Amsterdam, onverminderd het recht van LeasePlan om een rechtsgeschil aanhangig te maken bij de rechtbank in het arrondissement waarin Cliënt is gevestigd.